Anders kijken naar wat aanspoelt. Studio Jut op Schiermonnikoog

Surya zet een grote ketel thee op tafel en schuift aan. Haar lange blonde haren vallen los over haar schouder. In de studio is het mooi licht, er staan stekjes op de vensterbank en in een rek bij het raam. Ze kijkt even om zich heen en lacht. “Ik ben altijd bezig met nieuwe ideeën om de ruimte goed te benutten.” Ook haar hoofd zit altijd vol ideeën, plannen, nieuwe richtingen, projecten en samenwerkingen. 

“Zo is Studio Jut eigenlijk ook ontstaan,” zegt ze. “Het begon met een plan in mijn hoofd en door er steeds energie in te blijven steken, steeds weer nieuwe mensen te spreken, plannen te maken en andere initiatieven aan te haken groeide het steeds een beetje verder.” 

De tafel in de studio van Surya ligt vol met een verzameling van wat het eiland geeft: stukjes visnet, plastic doppen, touw, aangespoelde verpakkingen. Jutfondsten. Alles heeft zand gezien. En zee. Ze pakt een stukje plastic op, draait het tussen haar  vingers en legt het weer terug. “Het gaat mij niet om knutselen,” zegt ze. “Maar om anders leren kijken naar wat je ziet.”  

Dat anders kijken begon niet in de studio, maar buiten, tijdens een van haar  wandelingen. Ze kwam naar het eiland om te werken, en veel buiten te kunnen zijn.  Tijdens een van haar vele wandelingen langs het strand ging het idee voor Studio Jut steeds meer leven. “Ik weet nog dat ik steeds dacht: wat ligt er toch veel troep. En op een gegeven moment ga je dingen oprapen. Gewoon omdat je denkt: dit kan hier toch niet blijven liggen?!” Ze lacht even. 

Dat opruimen vanuit verontwaardiging was het begin. Maar het werd langzaam iets  anders. Nieuwsgierigheid. Experiment. “Ik nam dingen mee en dacht: wat is dit eigenlijk? Waar komt het vandaan? En vooral: wat kan dit worden?” In het begin werkte ze met allerlei materialen. Dat was haar achtergrond ook. Creatief,  breed, onderzoekend. Maar steeds weer kwam ze terug bij wat anderen zien als afval. “In al die materialen zit een verhaal.”  

Die verschuiving werd het begin van Studio Jut. Zonder moeilijke plannen, maar gewoon, een richting die steeds een beetje duidelijker werd. De workshops begonnen klein, maar mensen weten haar inmiddels steeds beter te vinden. De workshops beginnen het altijd hetzelfde; Mensen komen binnen, krijgen een kop thee en kijken een beetje rond. Op tafel ligt alles al klaar, van het materiaal, tot de tools om aan de slag te gaan. “De hele tafel ligt vol met Jutfondsten,” zegt ze. “Van touwtjes tot dopjes.” Ze laat een paar voorbeelden zien: “Ik laat ze eerst altijd even een beetje landen. En dan vertel ik met welke techniek we aan de slag gaan. Maar wat er daarna gebeurt, is eigenlijk belangrijker. Mensen beginnen vaak met gewoon wat dingen vastpakken. Een beetje kijken en voelen alvast wat proberen. 

“Je ziet echt een proces,” zegt ze. “Van: wat een troep allemaal… naar: oh, mag ik dat stukje nog even, daar kan ik wel wat mee!” Ze glimlacht. “Als ik dit uit elkaar trek en er een ijzerdraadje in doe, dan kan ik er gekke vormpjes mee maken.” Dat is het moment waar het haar om gaat, het moment dat je ziet dat mensen ineens anders kunnen kijken naar het ‘afval’ wat voor ze ligt. Soms levert dat onverwachte dingen op. Ze vertelt over een meisje dat eigenlijk voor een mozaïekworkshop kwam, maar  uiteindelijk met een dopje en een touwtje een portret van haar vader had gemaakt. Mensen maken vaak iets anders dan dat ze van tevoren bedenken, juist ook doordat het materiaal zelf ook altijd blijft verrassen.  

Niets is standaard. Alles heeft een andere vorm, kleur, geschiedenis. “Dit was een dopje en een visnet en een boterhamzakje,” zegt ze. “En nu is het een oorbel.” De workshops veranderen ook hoe mensen daarna naar buiten kijken. Daar komt de Juttersmentaliteit ook weer echt om de hoek kijken. Ze neemt de cursisten vaak ook nog even mee naar de jutkast die voor de studio staat. “Dat is een moment om nog even materiaal te pakken dat ik niet heb klaargelegd. “Zelf even jutten,” zegt ze. “Dat je voelt: dit komt echt van hier.” 

De Jutkast is een groot succes, vanaf de eerste dag wordt hij gevuld door bewoners en  bezoekers. “Het is nooit op,” zegt ze. “Er wordt altijd wel weer iets ingebracht.” Ze kan er vanuit haar woonkamer een schuin oogje op houden en ze heeft het zien groeien. “Binnen een uur stoppen er zo tien mensen,” zegt ze. “Even kijken, iets meenemen of juist iets achterlaten en soms zelfs nog een keer terugkomen.”  

De Jutkast trekt haar missie breder dan alleen haar studio. Het wordt iets van het eiland. “Ik wil laten zien dat afval niet iets is dat je weg moet stoppen,” zegt ze. “Maar iets waar  je opnieuw naar kunt kijken.” Ze denkt hardop na over de toekomst. “Over vijf jaar zou het mooi zijn als ik hier echt van kan leven,” zegt ze. “Daar werk ik ook heel hard aan. Aan meer samenwerkingen. Ik zie een grote kans in samenwerking met scholen. Misschien met andere plekken op het eiland. Het mag groeien.” Maar ze wil het wel op haar manier houden, uniek en eiland-eigen. Want dat werkt. 

“Je moet gewoon ergens beginnen, zegt ze. “Als je anders leert kijken, begint het vanzelf.” 

"Wat voor ons rest is, is voor de buurman waarde"

Eva, Amelander Bierbrouwerij

Dat bewust omgaan met grondstoffen zit inmiddels verweven in bijna alles wat ze doen in de brouwerij, als onderdeel van het werk. “Hoe je als eilander ondernemer omgaat met grondstoffen vind ik heel belangrijk, wat doe je met wat er overblijft? En hoe zorg je dat je het eiland zo min mogelijk belast?” Een van de eerste dingen waar ze over gingen nadenken, was de bierbostel, de natte massa van granen die overblijft na het brouwen. In het begin lag dat er gewoon. Grote hoeveelheden tegelijk. “Toen dachten we: ja… wat moeten we hier eigenlijk mee?” vertelt Eva. Weggooien was geen optie. Ze klopte, behoorlijk letterlijk, aan bij de buurman, die veehouder is. “Die moest daar eerst wel even over nadenken,” zegt Eva lachend. “Van: gaan die dieren dat eigenlijk wel eten?” en vooral: “Verandert dit niet de unieke smaak van het vlees waar de buurman zo trots op was?”

Dat bleek beide uiteindelijk geen probleem. Inmiddels wordt de bierbostel na het brouwen opgehaald en gebruikt als veevoer. “Wat voor ons rest is, is voor de buurman waarde.” Volgens Eva zit daar precies de gedachte achter die ze belangrijk vindt: kijken hoe je processen die er tóch al zijn zo inricht dat het óf wat oplevert voor de omgeving óf wat oplevert voor jezelf. Dat geldt niet alleen voor de bostel. De brouwerij draait grotendeels op energie van zonnepanelen. Die energie slaan ze op in batterijen om ’s nachts opnieuw te gebruiken. Ook water krijgt binnen het proces meerdere functies.

“Hergebruik zit voor ons in heel veel kleine dingen,” zegt Eva. “In hoe je omgaat met restproducten, energie en water.” Ze vertelt er nuchter over, alsof het logisch is. En misschien is dat op een eiland ook wel zo. “Op een eiland ben je denk ik automatisch bewuster,” zegt ze. “Je leeft midden in de natuur en bent daar ook afhankelijk van.” Volgens haar zit er op de Wadden ook een bepaalde mentaliteit achter. “Je kijkt wat er is en wat je daarmee kunt doen,” zegt ze. “Dat zie je dus ook terug in hoe we omgaan met reststromen en energie van de brouwerij.” En juist die kleine keuzes maken uiteindelijk verschil, denkt ze. Niet door in één keer perfect duurzaam te zijn, maar door stap voor stap slimmer te werken. “Het belangrijkste is dat je begint en dat het onderdeel wordt van je routine.” Dat is voor haar misschien wel de kern van duurzaamheid op een eiland: niet groter denken, maar bewuster omgaan met wat er al is.

De brouwerij is inmiddels ook veel meer geworden dan alleen een plek waar bier wordt gemaakt. In de oude stal aan het woonhuis zit nu een proeflokaal en een biertuin, waar bezoekers van april tot november neerstrijken voor proeverijen met lokale hapjes van het eiland. Eva vertelt dat juist dat contact met mensen het werk extra leuk maakt. “Dat mensen hier binnenkomen en echt even zien hoe het gemaakt wordt,” zegt ze. “Dat ze niet alleen een biertje drinken, maar ook het verhaal erachter meekrijgen.” Tijdens proeverijen schenken ze verschillende eigen bieren, zoals de tripel Goäden Ferskiening, het blonde bier Oans há’tke en Bij ’t Roaie Hek, een streekbier gebrouwen met Amelander cranberry’s uit de Ballumer duinen. Op het terras kijken bezoekers uit op de brouwerij zelf.

Tussen de oude houten balken van de loods vertellen Eva en Doeke regelmatig over het brouwproces, de ingrediënten en hoe de brouwerij door de jaren heen is gegroeid. “Dat vinden mensen vaak het leukst,” zegt Eva. “Dat het hier nog echt voelt alsof het gewoon begonnen is aan huis.”

Voor de toekomst hoeft de brouwerij niet per se groter te worden. “Het moet vooral blijven kloppen.” Dat zegt ze meerdere keren tijdens het gesprek. Alsof dat misschien wel het belangrijkste uitgangspunt is geworden. Wel blijven ontwikkelen. Wel blijven zoeken naar manieren om slimmer en duurzamer te werken. Maar zonder de identiteit en daarmee de schaal te verliezen die bij hen past. “Daar zit voor mij echt de toekomst.”

Meer voorbeelden van andere eilanders
31 augustus 2026
Van wei naar waarde op Terschelling
31 augustus 2026
Van Texels graan naar echt bier van Texel
31 augustus 2026
Van rundersnipper tot bitterbal: zo maakt Max’s Meat de cirkel rond
Volg een workshop